In de Australische Outback zijn er een aantal vogels die heel goed water kunnen vinden. Hoe? Misschien door reuk. Zebravinken (bekend uit vogelkooien) en emoe’s (afbeelding rechts) staan erom bekend. Op Aboriginal rotstekeningen staan vaak dezelfde tekens als op dit schilderij. De eerste Europeanen dachten natuurlijk dat dit pijlen waren. Maar als je weet dat emoe's drie tenen aan hun poot hebben, dan zul je de die ’pijlen’ precies de andere kant op moeten volgen om bij water te komen. Van die eerste zoekenden hebben we niets meer gehoord of gezien.


Variaties op een verhaal

Enige decennia geleden had een blanke Australiër zoveel vertrouwen gekregen van de Aboriginals die Uluru als belangrijkste middelpunt van hun bestaan hebben, dat hij aan een stamoudste de prangende vraag, die hem al lang kwelde, durfde te stellen: ”Wil je met mij de rots rondlopen en je verhalen daarbij aan mij vertellen?” ”Ja hoor, dat kan.” Helemaal blij liep de blanke achter de stamoudste aan en kreeg bij elke inkeping of grot een verhaal uit de droomtijd. Hij schreef het allemaal zoveel mogelijk op.
Een paar dagen later kwam hij met een andere stamoudste in gesprek en liet hem trots zijn verhalen zien. Deze Aboriginal keek hem stomverbaasd aan en zei dat er allemaal niets van klopte. Dat was wel vreemd. ”Wil jij dan met mij de rots rond en jouw verhalen vertellen?”
”Ja hoor, dat kan.”
Ze maakten hun rondje om de rots en de blanke bleek na afloop een compleet nieuwe serie verhalen te hebben.
Een beetje geïrriteerd ging hij weer naar de eerste stamoudste om ’verhaal’ te halen. ”O,” zei die, ”Ja, dat kan.” ”Wil jij dan nog een keer met mij de ronde maken?” ”Ja hoor, dat kan.” En zo kreeg de man een derde, compleet nieuwe set verhalen!


Wat zit hier achter. Een Aboriginal mag de diepere inhoud van zijn droomtijd-verhalen helemaal niet aan een vreemde vertellen, dus wat doet hij als hij een blanke terwille wil zijn? Hij verzint om de kern van het verhaal heen een versie ervan die door een vreemde gehoord mag worden. Datzelfde deed de tweede Aboriginal ook en toen de eerste weer rondging was hij vergeten wat hij de eerste keer verzonnen had en maakte een nieuwe versie van de verhalen.
Als je nu die drie versies op elkaar legt, kun je waarschijnlijk de kern een beetje terugvinden. Maar het diepere verhaal zullen wij als blanken nooit te horen krijgen.


ALBERT NAMATJIRA

In 1902 werd Elea Namatjira geboren en hij werd later in een missiepost gedoopt. Daar kreeg hij van zijn ouders de naam Albert. Rond zijn dertiende werd hij, zoals alle Aboriginal jongens, geïnitiëerd en werden hem de regels en Aboriginal wetten duidelijk gemaakt. In de jaren daarna werkt hij op allerlei veebedrijven als duvelstoejager.
In 1934 is er in Hermannsburg, ooit opgezet door Duitsers om de Aboriginals onze beschaving bij te brengen, een demonstratie van een schilder. Albert is meteen gefascineerd en blijkt een hele snelle leerling. Met waterverf maakt hij vele schilderijen van de omgeving, onder andere enkele van Mount Sonder.
Al in 1938 hangen zijn schilderijen in het museum in Melbourne en enige tijd later gaat hij zelfs naar Engeland en ontmoet de koningin! De eerste Aboriginal dus die beroemd wordt. Albert heeft nu veel geld en wil een eigen veeboerderij beginnen.

Tot zover het mooie deel van het verhaal. Aboriginals hadden in 1955 géén burgerrechten, ze behoorden volgens de blanken tot de fauna van Australië. Albert kon als niet-officieel ingezetene dus geen land kopen! Bij uitzondering kregen Albert en zijn vrouw in 1957 burgerrechten, zodat hij, als nazaat van de oorspronkelijk bevolking notabene, met zijn verdiende geld land kon kopen.
Tien jaar later kregen alle Aboriginals uiteindelijk hun rechten. De Aboriginals kenden het begrip eigendom niet. Alles is van iedereen en je deelt wat je hebt met familie. Als jij geld hebt, dan ’moet’ je het delen. Het bier dat je ermee gekocht hebt drink je met z’n allen op. Een blanke Australiër mag geen alcohol aan Aboriginals geven of verkopen. Albert nu dus ook niet meer. Wat te doen… Als geboren Aboriginal deelde hij zijn spullen, waaronder alcohol, met zijn familieleden, werd in 1958 gesnapt, gearresteerd en in de gevangenis gezet! Na zijn vrijlating was hij een gebroken man en hij stierf niet lang daarna, in 1959.


Op de pagina foto’s van Australië van deze website is een foto te zien van Mount Sonder zoals ik hem, of beter haar, heb gezien. De berg lijkt op een slapende vrouw, en er leeft dus de geest van een vrouw in…


Het Zuiderkruis

De Tiwi-eilanden Bathurst en Melville Island liggen ten noorden van Darwin. De blanken hebben nooit heel veel interesse voor deze eilanden getoond, waardoor de oorspronkelijke bewoners redelijk hun eigen gang konden blijven gaan. Wel kwam er in 1911 een missiepost, opgezet door Duitsers.

Richard, een van de Aboriginal gidsen, vertelde het volgende verhaal toen we in de kerk van de ’hoofdstad’ Nguiu waren.

Een jonge Tiwi-vrouw was uitgehuwelijkt aan een man waar ze niet van hield. Na een tijd toegegeven te hebben aan de grillen van de kerel ging ze weg en liep terug naar haar eigen familie.

Toen de man merkte dat ze verdwenen was, bedacht hij al gauw dat ze wel naar haar familie zou zijn gegaan en hij ging haar daar zoeken. Omdat ze aan hem uitgehuwelijkt was en dus officieel zijn vrouw, moest ze met hem mee terug naar zijn clan.

Maar de vrouw hield het niet uit en vluchtte weer. Ditmaal ging ze naar de missiepost op het eiland. De priester daar zat een beetje met haar in zijn maag, maar ze mocht blijven. Haar man ging natuurlijk eerst naar haar familie om haar weer op te halen, maar niemand wist waar ze was. Hij bleef zoeken en kwam uiteindelijk op het idee om bij de missiepost te kijken. Boos ging hij naar de priester en eiste op hoge toon zijn vrouw terug. Zij smeekte de priester om te mogen blijven, maar hij kon niet veel anders dan haar met haar ’wettige’ echtgenoot mee geven.

Enige tijd later werd het haar toch weer te veel en ze ging weer naar de missiepost. En kort daarna kwam haar man om haar op te eisen.

De priester zag nu wel dat het zo niet verder kon en praatte net zolang in op de man tot hij bereid was weg te gaan zonder haar. ”Maar” zei de boze Aboriginal, ”ik kom morgenochtend terug, en als je haar dan niet meegeeft, dan vermoord ik je.”

De hele nacht piekerde de priester hoe hij dit probleem moest oplossen. Hij wilde de vrouw graag helpen maar was ook bang voor het geweld van de man.

Toen deze de volgende morgen opdaagde, vond hij voordat hij bij de missiepost kwam allemaal mooie dingen op de grond. Kleren, een beker, en andere dingen die de priester had verzameld om hem af te leiden. Tegen de tijd dat de man de missiepost bereikte had hij zijn armen vol met al die mooie dingen. De priester zei toen dat hij al die spullen mocht houden als hij zijn vrouw wilde achterlaten.

De man ging inderdaad weg met alle spullen en vertelde al gauw aan alle andere mannen dat ze hun vrouw bij de missiepost konden inruilen voor mooie dingen. En zo had de priester binnen de kortste keren dertig vrouwen om zich heen.

Het is waar gebeurd en dit was het begin van het dorp Nguiu zoals het nu is. Een aantal van de vrouwen leeft nog steeds op de missiepost.

Een belangrijk gegeven in de Tiwi-cultuur heeft te maken met het Zuiderkruis. Dat bestaat uit vier grote sterren, grofweg in de vorm van de vier punten van een vlieger.

De Tiwi’s zijn verdeeld in vier skin-groups. Elk daarvan is verbonden aan een van de vier sterren. De mensen van de bovenste ster mogen wel trouwen met mensen van de dichtstbijzijnde sterren, maar niet met die van de onderste ster. En dit geldt voor al de vier sterren. Je mag niet trouwen met iemand van de tegenoverliggende ster. Dit dient natuurlijk om inteelt te voorkomen.

Het Katholieke kruis en het Zuiderkruis zijn door de priester met elkaar gecombineerd en de Tiwi’s zijn daar helemaal niet ontevreden mee.

Ze krijgen tegenwoordig als het nodig is een uitkering, ze hebben zelfs wat werk, wonen in huizen, trouwen voor de kerk en ze maken heel veel schilderijen die door de toeristen gekocht worden. En ze gaan een paar weken per jaar, in juni, met een aantal families de bush in om op de traditionele manier te jagen, hun kinderen te leren om dat te doen, hun religieuze verplichtingen na te komen en te feesten. Wat een heerlijk leven.

De religie van de Aboriginals kunnen we wel een natuurgodsdienst noemen. Ook al is dat een Europese kwalificatie die hen niets zegt.

Als een heuvel op een hagedis lijkt dan woont er (waarschijnlijk) een geest van zo’n hagedis in, een Dreamtime Creature, dat misschien heeft meegewerkt aan het maken van de wereld en dat een plaats heeft in allerlei verhalen.

Twee stenen kunnen een rol spelen in een verhaal over twee strijders die op die plek in die rotsen zijn veranderd.

Zo is er naast de Melkweg, die op het zuidelijk halfrond beter te zien is als hier, een donkere vlek in het zwerk. Er zijn daar dus veel minder sterren, volgens onze wetenschap. Die zwarte vlek heeft, met enige fantasie, de vorm van een emoe. Dat is dus de Emu-Dreaming. Op de pagina SCHILDERIJEN zie je mijn interpretatie van dit fenomeen. Ik heb de donkere vlek zelf gezien toen ik midden door Australië trok, door de woestijn waar geen enkele lichtbron was en waar dus de sterren veel beter te zien zijn als hier. Het is alsof ze ook dichterbij zijn. Bij een halve maan kun je daar prima een boek lezen, no worries.