Gedicht van THEO VAN DOESBURG

Oorlog

Augustus 1914


De hemel viel op aard in stukken
En nergens is een bloem
die ongeschonden leeft.
De aarde stinkt van ’t bloed,
dat uit de hemel spat.
De wond is groot
en niet te helen

De hemel die gaat dood
Het verstand staat stil.
De mensch is weg.
Hij bracht zichzelve om.
De beesten brullen in de straten.
Ze ruiken bloed.
Ze lekken zich de muilen.
Ze woelen met hun zwarte snoet
de roode aarde om
en scheppen zich ’n hemel
van kruitdamp en van bloed.